Verzorging en tips

Palmen:

Planten van de palm:
Graaf een redelijk groot gat (minstens 2 a 3 keer de wortelkluit) met een diepte van circa 70 cm en gooi daar een laag kiezelstenen (10 a 15 cm) in voor voldoende waterafvoer. Vul het gat aan met potgrond! In het voorjaar bemesten met gedroogde koemest(korrels).In het groeiseizoen voldoende water geven.
De palm voorzichtig uit de pot verwijderen. Indien de plant niet uit de pot kan schuiven (als de wortel klemt) is het best om de pot stuk te maken, dit om met zo weinig mogelijk schade de wortel vrij te maken.

Tijdstip van het jaar:
Zowel voor het verplanten naar een grotere pot, als voor het uitplanten in volle grond, is het begin van het groeiseizoen het best. Dat is de periode van april tot juni.

Wanneer snoeien?
De oudere bladeren die volledig bruin geworden zijn, kan je altijd afsnoeien. Dit zijn bij een palm de onderste bladeren. Soms is het, om esthetische redenen, mooi om ook enkele nog wat groene bladeren weg te snoeien, dit gebeurt best in het begin van het groeiseizoen. Het snoeien forceert nieuwe groei bij de palm, indien we dit te laat op het jaar doen, wil de palm nog groeien als de temperaturen te laag zijn.

Even wennen?
Een pas verplante palm kan soms wat tijd nodig hebben voordat de groei weer begint. Het lijkt alsof de wortels eerst moeten wennen. Dit gewenningsproces kan versneld worden, door eenmalig wat stekpoeder (bijvoorbeeld Rhizonpon) toe te voegen aan het eerste gietwater (2 gram per 10 liter). Ook het wegsnoeien van enkele van de onderste (oudere) bladeren forceert nieuwe groei bij de plant.

Hoe bemesten?
De belangrijkste stelregel is: niet overbemesten.
Natuurlijke bemesting, bijvoorbeeld gedroogde koemestkorrels, is het beste.
Tijdens het groeiseizoen (april - augustus) kan er bemest worden.
 In september is het best om het gewone bemestingsregime te stoppen, en om een keer kaliumrijke meststof te geven
(bijvoorbeeld. meststof voor coniferen). Het hogere gehalte aan kaliumzouten in de plantensappen komt de winterhardheid ten goede.  

Winterbescherming:
Hieronder wordt omschreven welke maatregelen men kan nemen om palmen zo goed mogelijk de winter door te krijgen.
In alle gevallen is het belangrijk om een isolatielaag aan de voet ter bescherming van de wortels (boomschors of bladeren) aan te brengen. Ook de palmen voorzien van een afdakje, zodat ze zo droog mogelijk de winter doorkomen verdient de aanbeveling.
Natuurlijk zijn oudere exemplaren beter bestand tegen vorst.
Men dient de eerste winters na aanplant extra voorzorgsmaatregelen te treffen.


 Winterharde palmen -15ºC tot -18ºC

Hieronder vallen:
Trachycarpus fortunei, Trachycarpus wagnerianus, Jubaea chilensis, Trithrinax campestris  in de volle grond uitgeplant.
Dit zijn palmen die extreem koude kunnen verdragen. Echter, het is raadzaam om de natuur een beetje te helpen in de winter en de palmen dan in te pakken.
De taaie bladeren kunnen zonder deze te beschadigen in een punt naar boven gebonden worden. Hierdoor wordt meteen het meest kwetsbare deel - de groeipunt - tegen regen beschermd. Bovendien laat een zuilvorm zich beter inpakken. Vervolgens kan men er een rietmat omheen binden en er een paraplu bovenop plaatsen, zodat het groeipunt van de palm droog blijft.
Vocht is in veel gevallen gevaarlijker dan de vorst.
Gebruik in geen geval plastic maar altijd ademende materialen!

Winterharde palmen -10ºC tot -15ºC

Hieronder vallen:
Butia capitata, Butia eriospatha,  Chamaerops humilis en Chamaerops humilis var Cerifera
Deze palmen hebben al een iets betere bescherming nodig, of een beschutte standplaats. Voor het inpakken geldt dezelfde wijze als eerder beschreven.

In beide gevallen geldt indien de vorst de aangegeven temperaturen langdurig overschrijdt, men dient bij te verwarmen.
Dit kan men doen door er een “kerstverlichting” omheen te draaien.

Als er echter geen of zeer weinig vorst wordt voorspelt dan is het beter om de bescherming weg te halen zodat de palmen goed kunnen luchten.

terug naar palmen


Bananen:

Bescherming in de winter kan op een aantal manieren, het is maar hoeveel werk je eraan wilt besteden.
Het makkelijkste is om alleen een isolerende laag aan te brengen aan de voet van de plant.
Hiervoor kan men boomschors of bladeren gebruiken, belangrijk is dat het luchtig is, anders gaat het broeien en rotten. Op deze manier sterft de plant bovengronds af, maar blijft de zogenaamde rhizoom ondergronds intact. In het voorjaar loopt deze weer uit.

Een andere manier is om vlak voordat de vorst begint, de stammen te ontdoen van hun bladeren en op gewenst hoogte de stammen af te snijden. Daarna rondom de stammen een ruime korf van gaas aanbrengen en deze vullen met droog blad of stro (geen hooi, dit geeft broei en kan rotten veroorzaken)

foto 1
foto 2

De korf kan worden beschermd met een big bag. De toegepaste bladeren of stro dient droog te blijven! Luchten op een winterse, niet al te koude zonnige dag is altijd aan te bevelen. Als een winter (en lente) niet te nat en te koud zijn is de kans groot dat hiermee de stam(men) van de plant behouden blijven en in de lente als een telescoop uitgroeien en dus veel hoger worden als het jaar ervoor.

In het voorjaar, wanneer de kans op vorst erg klein is geworden wordt de banaan uitgepakt. Houd nog wel wat bescherming achter de hand voor onverwachte nachtvorst.
Na de ijsheiligen kan de bescherming volledig verwijderd worden. De banaan zal dan verder groeien en de stammen zoals gezegd als een telescoop de hoogte in sturen.
Uiteindelijk kan deze banaan zo een meter of 4 tot 6 hoog worden en meerdere stammen krijgen van de uitlopers die hij in het groeiseizoen aanmaakt. De banaan kan dan ook gaan bloeien.
De stam die een bloem vormt zal echter afsterven, maar ook uitlopers gaan vormen zodat de plant niet verloren is. Ook zullen er zich kleine bananen ontwikkelen die niet eetbaar zijn en geen zaden vormen.

Een 3e manier kan zijn de bananenplanten uitgraven en met kleine kluit, droog, vorstvrij en donker te overwinteren,

terug naar bananen